Uitbreidingsopdracht: exoplaneten

Opdracht 6.1

Maak eerst zelf een korte definitie van het begrip 'exoplaneet'.

Definitie

Exoplaneet: een planeet die rond een andere ster draait dan de zon, een planeet buiten het zonnestelsel


De dichtstbijzijnde ster is 4,2 lichtjaar verwijderd van de aarde en elke ster is vanop aarde met het blote oog hooguit zichtbaar als een klein stipje. Exoplaneten zijn al helemaal niet te zien met het blote oog. Met een telescoop kan je de het beeld van de ster en een eventuele planeet wel vergroten, maar dan wordt het licht van de ster zo fel dat het verblindend werkt: daarom kan je met een telescoop niet naar een exoplaneet kijken. Het beeld van een exoplaneet zou in de lichtgloed van de ster verdwijnen. En toch worden exoplaneten met telescopen opgespoord. Hoe dat gebeurt kom je te weten met behulp van volgende oefening.

Opdracht 6.2

Los aan de hand van de simulator de onderstaande vragen op.

Vraag
Antwoord
Kies een ster zonder planeet. Waar ligt het zwaartepunt van de ster?
Het zwaartepunt van de ster valt samen met het middelpunt van de ster.
Kies een ster met planeet. Waar ligt het gezamenlijke zwaartepunt ten opzichte van de ster en ten opzichte van de planeet?
Het zwaartepunt van het systeem ster-planeet valt niet meer samen met het middelpunt van de ster, maar is een klein beetje naar de planeet toe verschoven.

 

Verlaag de hoek van de baan van de planeet tot de baan horizontaal ligt (tot je geen cirkel meer ziet maar een lijn). In welke richting lijkt de ster nu te bewegen voor een waarnemer op aarde?
De ster wiebelt heen en weer in hetzelfde vlak als de planeet.

 

 

Verklein de afstand van de planeet tot de zon. Welk gevolg heeft dit op de beweging van de ster?
De planeet heeft minder tijd nodig om de volledige baan rond de ster af te leggen. De beweging verloopt sneller.
Wat voor exoplaneet is het makkelijkst waar te nemen: een dichtbij de ster of een verder af?
Hoe dichter de planeet bij de ster staat, hoe sneller ze beweegt. Snelle bewegingen zijn makkelijker op te merken dan trage.

Bij een ster zonder planeten ligt het zwaartepunt exact in het midden van die ster. Bij een ster mét een of meer planeten ligt dat anders: het gezamenlijke zwaartepunt van de ster en planeten samen valt niet meer samen met het centrum van de ster maar ligt meer naar buiten. Het draaien van de planeet/planeten en de ster rond dat gemeenschappelijke zwaartepunt doet die ster wiebelen ('wobbling').

Als je een ster observeert, wil dat zeggen dat ze draait om een zwaartepunt dat niet in het centrum van die ster ligt (en dus dat het gemeenschappelijke zwaartepunt verschoven is naar de planeet toe, wat op zijn beurt impliceert dat er een exoplaneet is).

 

 


 

 

TIJD OVER?