Bolvormig en gasvormig hemellichaam dat licht (en andere straling) uitstraalt en voornamelijk uit waterstof en helium bestaat. Een ster haalt haar energie uit kernfusie waardoor ze opwarmt (tot 10 - 20 miljoen K in het inwendige van de ster) en gloeit (elektromagnetische straling uitstraalt). Bij de vorming van deze deeltjes en straling ontstaat een naar buiten gerichte druk. Deze druk compenseert de zwaartekracht en verhindert dat de ster ineenstort.
In tegenstelling met planeten of satellieten 'maakt' de ster dus haar eigen licht. Andere hemellichamen weerkaatsen enkel licht afkomstig van sterren.
Uit de kleur van een ster kan je de temperatuur aan het oppervlak afleiden. De helderheid van een ster wordt uitgedrukt in magnitudes, de afstand van een ster tot ons meestal in lichtjaar.
De massa van sterren varieert van een twintigste van de massa van de zon tot meer dan honderd maal de massa van de zon (deze sterren noemen we superreuzen).
De ster die het dichtst bij de aarde staat is de zon. |