4.1 De geologische tijd

 

Opdracht 1

Vul de ontbrekende namen van periodes en tijdvakken (epochen) in in de geologische tijdsschaal (de andere gegevens komen straks aan bod). De in het grijs ingekleurde vakjes hoef je NIET in te vullen.

Maak gebruik van de bronnen hierboven en de bronnen in de tabel zelf.

OPGELET: in de VS wordt het Carboon vaak opgesplitst in Mississippian en Pennsylvanian.

De geologische tijdsschaal

 

Eon
Era
Periode
Epoch (tijdvak)

Begin

(Mj geleden)

Amfibieën
Reptielen
Dinosauriërs
Phanerozoïcum Kenozoïcum Neogeen Holoceen
0,012
           
Pleistoceen
1,8
           
Plioceen
5,3
           
Mioceen
23
           
Paleogeen Oligoceen
34
           
Eoceen
56
           
Paleoceen
65,5
           
Mesozoïcum Krijt
145,5
           
Jura
200
           
Trias
251
           
Paleozoïcum Perm  
299
         
Carboon  
359
         
Devoon  
416
         
Siluur.  
444
         
Ordovicium  
488
         
Cambrium  
542
         
Precambrium Proterozoïcum    
2500
           
Archaïcum    
4600
           

 

 

 

4.2 Belangrijke plooiingsfasen in de geologische geschiedenis

4.2.1 De Caledonische gebergtevorming

Paleogeografie en gebergtevorming in het Paleozoïcum |

Opdracht 2

De Caledonische gebergtevorming (= "orogenese") vond plaats in het vroege Paleozoïcum. Vul de samenvatting verder aan.

Samenvatting

De Caledonische gebergtevorming begon in Ordovicium (periode) en eindigde in begin van het Devoon (periode).

België lag toen op het subcontinent Avalonia

De Caledonische gebergtevorming kwam tot stand doordat eerst de subcontinenten Avalonia en Baltica botsten.

Door deze botsing ontstond het subcontinent Avalonia - Baltica . Dit subcontinent botste op zijn beurt met Laurentia, wat resulteerde in de vorming van het

subcontinent Laurazië

De Caledonische gebergtevorming zorgde voor de vorming van bergketens in Groenland, Schotland en Noorwegen

De Caledonische gebergten zijn grotendeels weggeërodeerd.

 

 

4.2.2 De Hercynische gebergtevorming (= Variscaanse gebergtevorming)

Opdracht 3

Vul eerst de samenvatting verder aan met de middengebergten uit de samenvatting.

Vervolledig daarna met je atlas de overzichtskaart.

Samenvatting

De Hercynische gebergtevorming was het gevolg van de botsing van de continenten Laurazië en Gondwana.

De Hercynische orogenese vond plaats vanaf het late Devoon tot in het Carboon .

De gebergten die toen gevormd zijn deels afgevlakt tot middengebergten.

Voorbeelden van Hercynische middengebergten in Europa zijn:

- het Centraal Massief,

- het Zwarte Woud,

- het Rijnleisteenmassief,

- de Ardennen,

- het Massief van Cornwall

- het Armoricaanse Massief en

- de Vogezen.

 
4.2.3 De Alpiene gebergtevorming

Samenvatting

De Alpiene gebergtevorming was het gevolg van de botsing van de continenten India en Afrika met het continent Eurazië.

De eerste fasen van de Alpiene gebergtevorming vonden plaats vanaf het midden-Krijt, maar de belangrijkste fase vond plaats in het Kenozoïcum.

De gebergten die toen gevormd zijn (en sommige ook nu nog gevormd worden) zijn maar weinig afgevlakt, het zijn nog steeds hooggebergten.

In het oosten begon de gebergtevorming pas zo'n 10 miljoen jaar geleden (botsing India met Eurazië).

De Alpiene gebergten die zich uitstrekken van de Pyreneeën tot de Himalaya worden de Alpiene gordel genoemd.

Opdracht 4

Noteer tenminste vijf bergtoppen uit de Alpiene gordel van meer dan 4500 m hoogte en de bergketen waar ze deel van uitmaken.

 

4.3 Belangrijke klimaatswijzigingen

Samenvatting

 

 

 



Opdracht 5

 

 

 

 

 

4.4 Biologische evolutie

Opdracht 6

Arceer in de geologische tijdsschaal in je bundel (zie opdracht 1) de tijdvakken/periodes wanneer trilobieten, vissen, amfibiën, reptielen, zoogdieren ('mammals') en dinosauriërs voorkwamen (= tinterval tussen het verschijnen en het eventueel uitsterven).

4.5 Synthese

Opdracht 7

Sleep de namen van de periodes en tijdvakken naar de correcte plaats in de tabel. Controleer daarna je antwoord.

TIJD OVER?

Kenozoïcum